De stad, de straat en het huis zijn me onbekend. Speurend met mijn zaklamp kijk zoek ik naar het juiste huisnummer. Het is drie uur in de nacht en zachtjes tik ik op het keukenraam van het enige huis waar de lichten nog volop branden.
Nadat ik me heb voorgesteld aan de familie, richt ik me op de patixebnt die ik vanwege zijn jonge leeftijd bij zijn voornaam mag noemen. Met glazige, grijze ogen staart hij me aan en af en toe verschijnt en een flauwe glimlach om zijn lippen. Suf van de medicijnen, uitgemergeld en doodmoe van zijn ziekte. Als na een half uurtje iedereen naar boven gaat om te slapen, ga ik bij Henk zitten. Henk hallucineert en rommelt onrustig aan zijn dekbed. Op mijn vraag of hij een slokje wil drinken, antwoordt hij verward. Plotseling grijpt hij de mouw van mijn vest vast en probeert er uit alle macht iets af te halen. Henk ziet overal spijkers zitten en vraagt me of het pijn doet. Ik leg hem uit dat ik er geen last van heb en dat lijkt hem voor nu even gerust te stellen. Liggend op zijn rechterzij blijft hij me aanstaren en mompelt af en toe iets wat niet of nauwelijks te verstaan is. Je hoeft geen kenner te zijn om te weten dat Henk zich in zijn laatste levensfase bevindt. Zelfs een leek zou kunnen zien dat kanker deze man volledig gesloopt heeft.
Als ik zijn morfine heb toegediend kan ik hem wat comfortabeler in bed leggen. Wanneer ik het dekbed even wat terug leg, probeer ik de schrik te verbergen. Zelden zag ik een mens zo vel over been als Henk. Terwijl ik mijn handen langzaam onder zijn lichaam schuif, lopen de rillingen over m'n rug. Boven het bed hangt een foto van het gezin in goede tijden. Onherkenbaar vermagerd… "Ik til bij 3 Henk en ik doe het zo voorzichtig mogelijk, okxe9?" Hij knikt en glimlacht naar me. Hoe kan hij het opbrengen, vraag ik me af. Onder mijn handen voel ik slechts de keiharde botten en hoe voorzichtig ik ook te werk zal gaan, ik weet dat dit pijnlijk voor hem moet zijn. Exe9n, twee, drie… In een vloeiende beweging ligt Henk weer wat hoger in bed. Hij zucht, de man is vreselijk vermoeid. Als zijn ogen half dichtvallen, sta ik op en loop naar de bank die vlakbij het bed van Henk staat. Langzaam en rustig zie ik zijn schouders op en neer gaan. Minuten lang kijk ik naar hem, naar dat broze hoopje mens waar het leven langzaam uitsluipt.
In het holst van de nacht ben ik bij Henk. Om dat laatste eindje met hem mee te lopen, om te zorgen dat hij, nu het eind in zicht is, geen pijn heeft en lekker ligt. Om bij hem te zijn als de angst in alle hevigheid toeslaat. Om ervoor te zorgen dat zijn vrouw en dochter 's nachts kunnen slapen, zodat ze overdag een beetje uitgerust zijn en de hele dag voor hem kunnen zorgen. Zo zal het gaan vandaag. En morgen misschien ook nog. Zij leven dit "leven", hun leven van dag naar dag. Totdat het op is en Henk voorgoed verlost zal zijn van de pijn.

17 February 2011 at 10:33
Lijkt me moeilijk, tegelijk mooi om iemand in het terminale stadium van een ziekte bij te staan…
18 February 2011 at 17:59
Ik vind het zo knap van je Rian, het werk wat je doet. Ik heb het helaas zelf meegemaakt in mijn privxc3xa9 leven en hoewel we 6 jaar verder zijn kan ik sommige beelden zo voor me halen en geurtjes haast weer opsnuiven. Zo veel indruk als het geeft gemaakt. petje af voor mensen als jij voor wie dit werk is. Maar… denk ook aan jezelf. Ik kan mij niet voorstellen dat je dit jarenlang volhoudt. Zou je ook niet van jezelf mogen verlangen.
doeg