Author Archives: lifeorian

Annabel.

Je huis staat vol met bloemen en ik zie je genieten van de pioenrozen die in verschillende kleuren op de salontafel staan te bloeien. Fijn dat je dat nog mee kunt maken, dat je ze nog kunt zien nu ze in volle bloei staanx85

 

Het is een beetje vreemd om hier bij je te zijn. Normaal gesproken denk ik nooit zo na over wat ik tegen mensen moet zeggen, dat gaat vanzelf. Maar bij jou is dat anders. Gelukkig ben je zelf heel open en dat maakt het gesprek wat minder moeilijk. Je bent niet bang, je bent niet meer verdrietig om het naderende afscheid. Dat stadium ben je voorbij. Je vindt het alleen wel jammer. Jammer dat je de liefde van je leven alleen achter moet laten, jammer dat je niet langer samen kunt genieten, jammer dat jullie nu niet samen in Spanje zijn om vakantie te vieren. Bizar is en blijft het. Vier weken geleden kreeg je de diagnose. Agressieve vorm van kanker, vergevorderd stadium, geen behandeling meer mogelijk, punt. Niet te bevattenx85

 

In tegenstelling tot de meeste mensen waar ik x91s nachts kom, zie ik je niet echt als een doodzieke kankerpatixebnt. Wel een beetje vermagerd, maar niet uitgemergeld. Je bent nog mobiel, weinig pijn, bijzonder helder van geest en zo ontzettend rustig. Het wordt me al snel duidelijk dat je klaar bent met je leven. Dat je het allemaal prima op een rijtje hebt en duidelijk weet wat je wel en niet wilt. Je wilt geen lijdensweg, niet afhankelijk en hulpbehoevend zijn, niet eindigen als een bedlegerige, incontinente vrouw die suf en verward is van de medicijnen. Je wil rust, je wil sterven. En dat mag. Want een mens heeft recht op leven, maar een mens heeft ook het recht om te sterven.

 

Je bent lief, je bent dankbaar en je bent bijzonder. Ik bewonder je beslissing en vind het dapper dat je die keuze voor jezelf hebt kunnen maken. Volgens mij moet je daar ontzettend sterk voor zijn. Ik ben ook blij dat we er samen over konden praten. En toch blijft het vreemd. Vreemd, omdat jij xe9xe9n van de weinige mensen bent die precies weet hoe, waar en wanneer je zal sterven. De dag, het tijdstipx85 Alles ligt al vast.

 

Terwijl je slaapt probeer ik me voor te stellen hoe het voor jou moet zijn. Dat je niet eens meer plannen kunt maken voor het komende weekend. Dat je niet meer mee zult maken dat het zomer wordt. En herfst en winter. Dat je niet meer in de tuin kunt zitten met een boek. Dat je slechts nog leeft naar die ene dag, de dag dat je zult gaan slapen en nooit meer wakker zult worden. Je verwacht de dood en de dood verwacht jou. Ik kan het me zo moeilijk voorstellen allemaal, maar als ik je zie glimlachen wanneer ik je even naar het toilet help en je daarna weer in een rustige slaap zie vallen, dan kan ik niet anders dan denken dat het goed is.

 

Vroeg in de ochtend praten we nog wat. Als je om zes uur nog even wilt gaan slapen, vraag ik of ik je nog wakker moet maken als ik wegga. Glimlachend schud je je hoofd. Dan neem ik nu alvast afscheid van je, want ik wil niet zo zonder iets te zeggen weggaan. Dat vind ik raar. Maar wat zeg je bij zox92n  afscheid? Niet x93tot de volgende keerx94, niet x93tot morgenx94 of x93tot volgende weekx94. Dat zou pas echt raar zijn.

 

Lieve Annabel, ik hoop dat alles goed verloopt, ik zal aan je denken morgen. Je bent een mooi en bijzonder mens en ik wens je rust, want dat is waar je naar verlangt. Alle rust in de hele wereld gun ik jou. Rust zachtx85

 

Pioenrozen 

22 June 2011
By on 19:54
Enkeltje Concert at Sea.

Een ongeluk zit in een klein hoekje en ik voorlopig op de bank…

 

Dag xe9xe9n 
Dag twee 

Dag drie 


By on 19:50

De stad, de straat en het huis zijn me onbekend. Speurend met mijn zaklamp kijk zoek ik naar het juiste huisnummer. Het is drie uur in de nacht en zachtjes tik ik op het keukenraam van het enige huis waar de lichten nog volop branden.

Nadat ik me heb voorgesteld aan de familie, richt ik me op de patixebnt die ik vanwege zijn jonge leeftijd bij zijn voornaam mag noemen. Met glazige, grijze ogen staart hij me aan en af en toe verschijnt en een flauwe glimlach om zijn lippen. Suf van de medicijnen, uitgemergeld en doodmoe van zijn ziekte. Als na een half uurtje iedereen naar boven gaat om te slapen, ga ik bij Henk zitten. Henk hallucineert en rommelt onrustig aan zijn dekbed. Op mijn vraag of hij een slokje wil drinken, antwoordt hij verward. Plotseling grijpt hij de mouw van mijn vest vast en probeert er uit alle macht iets af te halen. Henk ziet overal spijkers zitten en vraagt me of het pijn doet. Ik leg hem uit dat ik er geen last van heb en dat lijkt hem voor nu even gerust te stellen. Liggend op zijn rechterzij blijft hij me aanstaren en mompelt af en toe iets wat niet of nauwelijks te verstaan is. Je hoeft geen kenner te zijn om te weten dat Henk zich in zijn laatste levensfase bevindt. Zelfs een leek zou kunnen zien dat kanker deze man volledig gesloopt heeft.

 

Als ik zijn morfine heb toegediend kan ik hem wat comfortabeler in bed leggen. Wanneer ik het dekbed even wat terug leg, probeer ik de schrik te verbergen. Zelden zag ik een mens zo vel over been als Henk. Terwijl ik mijn handen langzaam onder zijn lichaam schuif, lopen de rillingen over m'n rug. Boven het bed hangt een foto van het gezin in goede tijden. Onherkenbaar vermagerd…  "Ik til bij 3 Henk en ik doe het zo voorzichtig mogelijk, okxe9?" Hij knikt en glimlacht naar me. Hoe kan hij het opbrengen, vraag ik me af. Onder mijn handen voel ik slechts de keiharde botten en hoe voorzichtig ik ook te werk zal gaan, ik weet dat dit pijnlijk voor hem moet zijn. Exe9n, twee, drie… In een vloeiende beweging ligt Henk weer wat hoger in bed. Hij zucht, de man is vreselijk vermoeid. Als zijn ogen half dichtvallen, sta ik op en loop naar de bank die vlakbij het bed van Henk staat. Langzaam en rustig zie ik zijn schouders op en neer gaan. Minuten lang kijk ik naar hem, naar dat broze hoopje mens waar het leven langzaam uitsluipt.

 

In het holst van de nacht ben ik bij Henk. Om dat laatste eindje met hem mee te lopen, om te zorgen dat hij, nu het eind in zicht is, geen pijn heeft en lekker ligt. Om bij hem te zijn als de angst in alle hevigheid toeslaat. Om ervoor te zorgen dat zijn vrouw en dochter 's nachts kunnen slapen, zodat ze overdag een beetje uitgerust zijn en de hele dag voor hem kunnen zorgen. Zo zal het gaan vandaag. En morgen misschien ook nog. Zij leven dit "leven", hun leven van dag naar dag. Totdat het op is en Henk voorgoed verlost zal zijn van de pijn.

17 February 2011
By on 04:00

Woensdagmorgen dertien oktober. Om zeven uur 's morgens eindigt mijn nachtdienst in Tholen. Onderweg van mijn werk naar huis wordt mijn aandacht getrokken door een oranje zwaailicht en het verkeer voor me begint langzaam te rijden. Mijn voorgangers gaan ineens op de linkerbaan rijden. Ik volg en zie vanuit mijn ooghoeken een motor en een vrachtwagen. "Godverdomme" ,denk ik hardop en juist op dat moment zie ik iemand op de grond liggen. Nog een vloek en snel zet ik mijn auto stil.

Ik ren naar het slachtoffer op de grond en zie meteen dat het foute boel is. "Mevrouw, ik ben bij u" fluister ik terwijl ik de pols probeer te voelen. Ik voel niets. Nog eens in de hals proberen te voelen. Wederom voel ik niets. Tegen beter weten in toch mijn hoofd nog bij haar gezicht houden, want als er ook maar een beetje ademhaling waarneembaar is… Ik kijk naar de voor mij onbekende vrouw en neem haar razendsnel in me op. Witte helm, blond haar, blauwe ogen, een armbandje en een trouwring. Ik kan niets meer voor haar doen…

Verderop staan mensen te bellen. Ik haast me naar het andere slachtoffer en vraag of 112 al is gebeld. Dit is zojuist gedaan. Ik buk en kijk naar de man op de motor en tot mijn grote verdriet moet ik constateren dat ik voor hem ook niets meer kan doen. Innerlijk en uiterlijk kalm ontferm ik me over de mensen die betrokken zijn bij dit vreslijke ongeval en wacht totdat politie en ambulances arriveren.

Er is bijna een uur verstreken. Iedereen doet zijn werk, ik vraag of ik nog iets voor iemand kan doen en als het antwoord daarop nee is, loop ik terug naar mijn auto. Nog steeds kalm en rustig rijd ik naar huis. Ik moet voorzichtig rijden, want er zit nog wat olie of benzine aan m'n slippers, dus ik moet uitkijken dat ik niet van m'n gas of rempedaal afschiet.

Eenmaal thuis aangekomen gaat de knop om. Huilend roep ik mijn vriend uit bed en al hortend en stotend vertel ik hem over het afschuwelijke ongeluk. Over die meneer en die mevrouw die overleden zijn. Ik denk dat het een echtpaar is. En dat ik niets meer heb kunnen doen…

De hele dag loop ik te huilen, denkend aan hen die straks het bericht krijgen dat hun ouders, familieleden, vrienden zijn omgekomen bij een dramatisch ongeval. In xe9xe9n seconde zijn levens verwoest, in xe9xe9n seconde zal het leven voor hen nooit meer hetzelfde zijn. Twee levens weggevaagd, van het xe9xe9n op het andere moment. En ik kan niets doen…

's Avonds, precies twaalf uur later ga ik terug naar de plek waar ik vanmorgen was. Ik wil bloemen neerleggen voor die meneer en mevrouw. Met een kaartje. Dat het me spijt dat ik niets meer voor hen heb kunnen doen. Met mijn beste vriendin en twee bosjes rozen rijden we naar de plek des onheils. Wezenloos en huilend lopen we daar rond. Voor de zoveelste keer vandaag draait deze foute film weer aan me voorbij. Ik denk aan de mensen die nu zo verdrietig zijn, aan het gemis en het verlies dat me zo immens en onvoorstelbaar groot lijkt.

Tot vanmorgen heb ik gesproken over die meneer en die mevrouw. Sinds vandaag hebben ze voor mij een naam. Kees en Elly.

Heb de verhalen op het web-log van Kees gelezen, met kippenvel over mijn hele lijf. De verhalen over de strijd tegen darmkanker, de overwinning, de humor en de liefde tussen Kees en Elly. We hebben elkaar nooit gekend. Toch zal ik jullie nooit vergeten… Rust zacht Kees en Elly. Voor de familie, vrienden, collega's en bekenden van Kees en Elly hoop ik dat het nu zo ondraaglijke ooit te dragen zal zijn. Heel veel sterkte, jullie zijn geen moment uit mijn gedachten.

17 October 2010
By on 07:13
Confrontatie.

Ze had m’n zusje kunnen zijn. Hetzelfde geboortejaar, een man en ook twee kleine kinderen die in huis rondrennen. Soms moet ik even slikken als ik de ‘status’ van een nieuwe clixebnt onder ogen krijg. Want los van de persoonsgegevens zoals naam, adres en geboortedatum staat daar ook altijd de diagnose. De diagnose die zoveel mensen al kregen. De diagnose die nog velen zullen krijgen, die ene grote, klote diagnose, die altijd en overal aanwezige kanker. Terminaal.

Donderdag had ik al het idee dat ik deze nacht niet meer hoefde te komen. Om vijf uur sprak ik hardop uit dat ik heel sterk het gevoel had dat er nog voor tien uur vanavond een telefoontje zou komen dat ik vannacht niet zou hoeven werken. Donkere wolken pakken zich samen, een fikse regenbui en de telefoon gaat. " Zojuist is mw. overleden, je hoeft er vanavond niet meer heen…"

Even staar ik stil voor me uit. De hemel huilt en met haar zijn er nu nog heel veel mensen verdrietig. Want hoewel het soms ‘goed’ kan zijn, hoewel een langer lijden vaak gewoon xe8cht onmenselijk is en hoewel je iemand die rust soms zxf3 kunt gunnen, is en blijft vijfendertig jaar gxe9xe9n leeftijd om dood te gaan. Vanavond kwam er een eind aan ruim twee jaar pijn, angst en verdriet. Vanaf vanavond moeten een man en twee kleine kinderen voorgoed afscheid nemen van hun vrouw en mama. Vanaf nu met z’n driexebn verder. Vanavond kwam er een eind aan het leven van een vijfendertig jarige vrouw.

Zij had m’n zusje kunnen zijn…

25 April 2010
By on 21:42
Een half jaar later.

Ik moest heel veel werken.

Ik moest nxf3g meer werken.

Ik moest mijn sociale kontakten bijhouden.

Ik moest altijd voor iedereen klaarstaan.

Ik moest blijven werken.

Ik moest mensen helpen.

Ik moest luisteren naar iedereen.

Ik moest altijd van alles…

Totdat iemand me vertelde dat ik maar eens aan mezelf moest denken. Dat ik vooral maar eens goed voor mezelf moest zorgen en alleen de dingen moest doen die ik leuk vond. Ik moest maar eens niet zoveel moeten. We zijn een half jaar verder en echt wel wat wijzer. Het dal was diep, maar alles komt txf3ch altijd weer goed.

Misschien moest ik maar weer eens gaan loggen…

20 September 2009
By on 18:52
Oh Denneboom!

Applaus graag…

klik

6 March 2009
By on 09:59
R.I.P.

Het is al donker als ik voor de allerlaatste keer mijn auto op de oprit parkeer. De deur is waarschijnlijk gewoon open, maar toch bel ik aan. Vreemd, bedenk ik me. Hoe normaal het altijd was om gewoon bij je binnen te lopen realiseer ik me als een lange slanke man de voordeur voor me opendoet. Hoewel ik vanavond geen uniform draag, herkent hij me meteen. In een flits zie ik dat hij sprekend op jou lijkt.

Door de hal lopen we zwijgend naar de woonkamer waar kinderen en kleinkinderen aan de grote, lange tafel koffie drinken. Of ik ook een kopje wil. Liever een kopje thee als dat kan. Zal ik zelf de waterkoker even aanzetten? Dat ben ik zo gewend… In gedachten ga ik terug naar al die avonden dat we samen thee dronken. Ik denk aan hoe je daar in je stoel zat te wachten tot ik kwam. Aan hoe blij je altijd was om me te zien en dat ook steeds maar weer uitsprak. "Kindje, wat ben ik blij dat je er bent". Je hebt geen idee wat dit voor me betekende. Ik denk aan hoe dankbaar en lief je altijd bent geweest. Nooit heb ik je ook maar xe9xe9n woord horen klagen. Terwijl er genoeg redenen waren om dat wxe9l te doen.

In het ziekenhuis schrok ik van je. Je was mager en zag er zo moe uit. De laatste keer dat ik je daar opzocht zei ik voor ik wegging: Kom maar gauw naar huis, lekker in je eigen bed, kijken naar de bloemen in je tuin. Wij zorgen wel voor je, dat is beter. Je knikte naar me en zuchtte: Ja, kindje. Dat was wat je wilde. Sterven in je eigen huis, met de mensen om je heen waar je om gaf.

Je weet de weg hxe8, zegt je oudste zoon als we in de hal staan. Bijna klop ik op de deur voor ik naar binnen ga. Je hoeft niet meer te kloppen, zegt hij zachtjes en laat me dan even alleen. Je ligt daar zo mooi en stil. Lekker in je eigen bed met overal bloemen om je heen. Dat zwartroze pakje staat je mooi, fluister ik tegen je terwijl ik voor de laatste keer je koudgeworden handen vastpak. Het is goed zo hxe8 vrouwke?! Het is mooi geweest nu. Even ben ik geneigd om je kussen nog even op te schudden, zodat je lekker ligt. Dat vond je altijd zo fijn. M’n tranen probeer ik weg te slikken. Tevergeefs. Dus laat ik ze maar stromen als ik nu voorgoed afscheid van je neem.

Dankjewel voor alle kopjes thee, de lekkere chocolaatjes en voor "neem er nog maar xe9xe9n kindje". Dankjewel voor je dankbaarheid en liefde, voor je altijd oprecht gemeende interesse en belangstelling. Dankjewel voor wie je voor me was… Ik zal je missen. Rust zacht lieve mevrouw D.


By on 09:51
Inpakken en wegwezen…

Vandaag was het dan eindelijk zover… De overdracht van m’n nieuwe woning vond plaats en na het tekenen van de koopakte ben ik dan eindelijk de trotse bezitter van m’n eigen nieuwe huisje! Leuk hxe8?! Nog even een beetje klussen en dan… Inpakken en wegwezen!

Huis_voorkant

Tuintje

Woonkamer

Eethoek

Keuken

Toilet   

8 December 2008
By on 18:50
Herinnering.
Vreemd dat ik op dagen als deze toch weer even aan je moet denken. Gek dat ik in deze tijd van het jaar toch steeds weer een beetje last van je heb. Last van mezelf is misschien een betere uitleg, want jij bent immers al zo’n tijd weg. Weg uit mijn leven, weg uit mijn hart, maar zo nu en dan nog steeds niet weg uit mijn hoofd. Mijn geheugen is net iets te goed en soms is dat jammer. De herinneringen aan jou lijken voor altijd in dat geheugen te zijn gegrift. Zelfs als ik het niet wil…

Eigenlijk is het gedonder vorige week al begonnen, toen ik die verdomde schuur op moest ruimen. Natuurlijk stel ik dit soort dingen zo lang mogelijk uit, omdat ik weet wat het met me doet. Onbewust word ik er toch nog een beetje verdrietig van als ik de oude foto’s uit een doos graai. Een vergeelde trouwkaart met de woorden die me nu niet zoveel meer zeggen, een briefje met een bijna onleesbaar, maar lief krabbeltje in jouw handschrift, cd’s met de muziek waar jij zo gek op was. Die dure jas die je van je oma hebt gekregen, maar kennelijk nooit belangrijk genoeg voor je is geweest om hem mee te nemen of op te halen. In de schuur ligt een leven dat in de verste verte niet meer lijkt op het leven van nu. Dozen vol herinneringen. Wat heb ik verloren? Wat neem ik mee?

Mijmerend loop ik door de stad op zoek naar een kaartje voor een kennis die een dochter heeft gekregen. Vandaag vier jij je veertigste verjaardag en ineens vraag ik me af of je nog wel eens aan mij denkt. Of je ook wel eens last hebt van jezelf als je denkt aan die tijd van toen. Of ik in jouw herinnering soms ook nog besta. Eerlijk gezegd denk ik dat ik het antwoord wel weet. Het is al jaren geleden dat je me hebt gezien. En wat jij niet ziet, dat is er niet. Bestaat simpelweg niet. Ik vraag me af of je gelukkig bent met je vrouw en je kindje, ik vraag me soms zoveel af… Volgende week noteren we acht jaar. Acht jaar zonder jou en het gaat goed met me. Beter dan ik zelf ooit voor mogelijk had gehouden. Voor het geval het je iets interesseert.

Over de stad hangt een donkere stilte die misschien wel bij me past nu. En in de verte zingt een zanger over een herinnering…

31 October 2008
By on 07:41